Procedurenummer 25/1557 Wtra AK
Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.

Procedurenummer 25/2055 Wtra AK
Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.